19/06/2026
Bij Van Gend & Loos had je af en toe een apart karweitje wat de sleur van alle dag op een leuke manier onderbrak. De kers op de taart zeg maar. Een wagen naar een andere regio brengen, bijvoorbeeld. Zoals die oude wijkwagen van mijn standplaats in Rotterdam naar onze vestiging in Groningen. Daar was je in die tijd wel het grootste deel van de dag mee kwijt. Dat ding tochtte als de hel en de motor maakte zoveel herrie dat horen en zien bijna verging. Toch was er nauwelijks de gang in te krijgen. Maar tot mijn verbazing ontving ik een week later toch nog een bekeuring uit Lelystad. Ik was door de polder gereden en op die plek net iets te hard gegaan. Met onze charter Speksnijder uit Dubbeldam, die daar in de buurt zijn vrachtje had gelost en een terugvracht stond te laden voor Rotterdam, kon ik mee terug rijden. Werd het toch nog gezellig die dag.
Normaal hadden we een vaste chauffeur voor dergelijke plezierige ritjes, maar die was ook wel eens vrij. En dan was ik aan de b***t. Met wikkels van papierfabriek Van Gelder op de SluisjesDijk in Rotterdam naar de Marsfabriek in Veghel rijden. Of kisten met zaagbladen naar de Enka in Assen. Dagwerk in die tijd. Met handel van de Technische Unie naar hun vestigingen Amsterdam brengen had je minder tijd nodig. Mooi op tijd terug om je vaste afhaaldienst te rijden.
Maar het was niet altijd even leuk, dat werk. Ooit stond ik op een warme zomerdag, b***n van meer dan een ton op pallets met een stinkend goedje te lossen bij DSM in Hoek van Holland. Met natuurlijk weer die verplichte veiligheidshelm op, zoals gebruikelijk bij de meeste Petro-chemische bedrijven. Ik voelde mij daar altijd enigszins opgelaten bij met zo’n ding op mijn hoofd. Ik stond notabene in de oplegger bij het magazijn in een loods die best ver vanaf de fabriek lag. En dat terwijl de heftruckchauffeur dat ding gewoon naast hem had liggen. Maar je had je maar aan de regels te houden, verbanning van dat terrein en het verbod om ooit nog terug te komen, was geen uitzondering.
Maar deze keer bij DSM was het ook nog eens met een speciale gasmasker, een afgesloten veiligheidsbril en de warme overall van het bedrijf zelf die ik verplicht aan moest trekken. Door het zweet die met straaltjes van me hoofd en lijf gutste kon ik nauwelijks zien wat ik deed. Loodzwaar waren de pallets die ik met een oude versleten pompwagen achterop de wagen moest zetten. Ze waren echt streng daar bij DSM. En hogelijk verbaasd dat ik met een gesloten oplegger die big-bags vervoerde met een poeder die formaldehyde-gas bevatte en waar altijd wel een deel van vrijkwam. Dus moest er eerst een halfuur gewacht worden met de deuren van de oplegger geopend, voor ik kon beginnen met lossen. Ondertussen kreeg ik de nodige glazen melk aangereikt. Dat neutraliseerde de formaldehyde, waarbij de kans bestond dat het poeder, ondanks die uitgebreide veiligheidsmaatregelen, toch met mijn lijf in aanraking zou kunnen komen. Lekker idee om straks die troep te moeten lossen, maar je wilde wel je lading kwijt..
Het was toch al een ramp-lading omdat ik een dag ervoor die handel bij een chemische fabriek in de Botlek geladen had. 24 b***n van ruim een ton per stuk. Ze werden met een heftruck op een pallet in mijn oplegger gezet, die ik met een palletwagen de oplegger in trok. En daar hadden ze het helemaal niet over gevaarlijk gas of welke beschermingsmaatregelen dan ook. Enfin toen ik geladen was en de documenten kreeg, waarbij ook nog een gevarenkaart zat, had ik pas in de g*ten waaruit mijn lading bestond. Maar gelukkig merkte ik niks van enig ongemak dus zou het ook niet zo’n vaart lopen. Of was dat toch de oorzaak toen ik bij het wegdraaien van die loods, met de punt van de oplegger een langs de stoep geparkeerde tankoplegger van 20 Ft. raakte. Die ook nog een vol geladen was met wel zeer bijtende stoffen, getuige zijn waarschuwingsborden.
Tot overmaat van ramp schoof ik met de oplegger langs die tank en kwam vast te zitten tussen het trapje en de stalen brug boven op die tank. Ik kon niet meer voor of achteruit en met elke poging zag ik die tankoplegger heen en weer wiebelen op zijn relatief dunne steunpoten. Het leek zo wel op een Siamese tweeling, waarbij je zeker wist dat er bij een scheiding de ene het niet zou redden. Terwijl de ander er hoogstwaarschijnlijk niet ongeschonden vanaf zou komen. Daar stond ik dan en goede raad was duur op dat uitgestrekte en verder behoorlijk verlaten terrein. De heftruckchauffeur was allang weg naar zijn volgende karwei.
Gelukkig kwam er na een tijdje tobben, een chauffeur langs rijden met een losse trekker die mij wel even wilde helpen om die tankcontainer te verplaatsen. Helaas kreeg hij zijn trekker door de beperkte ruimte tussen mijn oplegger en de stoep waar die containerchassis langs stond, niet aangekoppeld. Gelukkig lukte het hem wel om een stang waar een breedte lichtje op zat en die ook in mijn oplegger terecht was gekomen af te zagen. Tot hij een telefoontje kreeg dat zijn oplegger geladen werd, waarbij hij aanwezig moest zijn. En zo stond ik er weer alleen voor. Ik probeerde door het zakken van de luchtvering van mijn trekker en oplegger van die tank los te komen, maar ook dat liep op niets uit. Bij elke poging zag ik die tank vol gevaarlijke stoffen heen en weer bewegen. Mijn planner belde met de vraag of ik al onderweg was. Maar moest het antwoord schuldig blijven. Nee nog niet, het zat wat tegen.
Uiteindelijk ben ik met twee krikken aan de slag gegaan aan de kant van de oplegger waar ie vast zat. Meer dan dertig ton opkrikken is geen kattenpis. Gelukkig kreeg ik de oplegger zo ver omhoog, dat ie schuin hangend los van de tankcontainer kwam te staan. Met met een paar flinke houten balken die in de buurt lagen onder de wielen, lukte het tot mijn grote opluchting om veilig weg te kunnen komen. Aan de tank was verder weinig te zien, het trapje netjes terug geklapt. Alleen miste die nu een breedtelichtje, maar dat viel nauwelijks op. En op dat kleine g*t en die paar krasjes aan de zijkant van mijn oplegger na viel de schade alles mee.
Door al die tijd die ik er mee verloren had, kon ik nooit meer dezelfde dag lossen bij de DSM in Hoek van Holland. Dus terug naar de zaak. Mijn leidinggevende baalde behoorlijk. Die dacht aan een paar uurtjes werk. Hij zou eens moeten weten hoeveel geld ik hem uiteindelijk toch ook nog bespaard had. Maar hield wijselijk mijn mond. Bedankt voor al uw alleraardigste reactie’s op mijn vorig verhaal. En hoewel lastig om daar direct op te reageren, worden ook de vele duimpjes en hartjes van u onder mijn verhaal zeer gewaardeerd. Een heel fijn weekend maar weer. (©)Wim van der Klein.
Bron foto’s: Lex van Lieshout, Hans Smith, Jan Bosch en Archief Nederlandsche Spoorwegen en Wim van der Klein.