29/04/2025
Tussen hulp en handelswaar: wat een gestrande motorjacht merk Riva ons leert over hulploon
Door Anton van Straten – maritiem expert, met 38 jaar ervaring in de binnen- en pleziervaart, en veel ervaring als gerechtelijk deskundige bij maritieme geschillen.
De recente uitspraak over het gestrande motorjacht bij Vlieland — een Italiaanse Riva Rivale 52 — brengt een terugkerend spanningsveld in de maritieme praktijk aan het licht: waar eindigt hulpverlening en waar begint commercieel gewin? Als deskundige die tientallen geschillen over maritieme hulpverlening heeft beoordeeld, zie ik in deze zaak een spiegel voor de sector én voor de pleziervaarder.
Het jacht liep aan de grond door een navigatiefout en zat zes dagen muurvast. De hulp door Rederij Noordgat was succesvol, maar leidde tot een claim van 100.000 euro. De eigenaar — een tandarts — betwistte dat bedrag fel. De rechter verlaagde het uiteindelijk naar 40.000 euro, met als reden dat de inzet van mensen en middelen niet in verhouding stond tot de omstandigheden.
De kern van deze zaak ligt in het juridische beginsel van hulploon: hulp bij gevaar moet beloond worden, mits die hulp succesvol is. Het Burgerlijk Wetboek is daar helder over. Maar de praktijk is vaak troebeler. Zeker bij luxe jachten, waar snel veel geld mee gemoeid is, lopen verwachtingen, emoties en juridische interpretaties door elkaar.
Wat ik zie, is dat veel pleziervaarders onvoldoende beslagen ten ijs komen. Ze onderschatten niet alleen het vaargebied, maar ook de juridische en financiële gevolgen van een reddingsoperatie. Tegelijkertijd zie ik bij hulpverleners soms een neiging om vanuit bedrijfseconomisch belang méér in te zetten dan strikt noodzakelijk, wat het risico op geschillen vergroot.
Een belangrijk aspect dat in deze zaak nauwelijks aan bod kwam, maar wél cruciaal is: verzekering. Een motorjacht van een halve miljoen euro hoort goed verzekerd te zijn — niet alleen tegen schade, maar ook tegen sleep- en bergingskosten. Toch blijkt in de praktijk dat veel jachteigenaren hun polis onvoldoende begrijpen of dat hulpverlening in getijdewateren of binnenwateren slechts beperkt is gedekt. In een sector waar bedragen snel oplopen, is een goede, passende verzekering geen luxe, maar noodzaak.
Mijn oproep: pleziervaarders moeten hun verantwoordelijkheid nemen en zich beter voorbereiden, altijd verzekeren. Sleepdiensten doen er goed aan transparanter te zijn over hun inzet, tarieven en de juridische grondslag daarvan. En rechters? Die verdienen lof voor hun genuanceerde weging van zowel het maritieme recht als de feitelijke situatie.
Deze zaak is geen uitzondering, maar een illustratie van wat er op het spel staat als hulpverlening op zee juridisch wordt. En wie zich begeeft op het water, moet beseffen: het recht vaart altijd mee.