16/01/2020
17 januari, aankomst van mijn ouders
Een luie dag heeft ook een aantal voordelen. Je kan wat indrukken laten bezinken en nadenken over wat komen gaat. Het is trouwens toch te warm vandaag: 34 graden in de schaduw, je kunt niks doen. Een paar dagen geleiden zei Jonathan, een leraar, me: mensen beschouwen ons als lui. Maar dat is niet zo. Wij staan gewoon vroeg op. Het kind moet een naam hebben, dacht ik toen.
Maar vandaag was dus zo een dag: de vliegen lagen dood op het schap van de hitte. De luchtvochtigheid bedroeg nagenoeg 100%. Ademen is zwaar en moeilijk, zelfs ’s nachts. Eens het 18 uur is en de zon gaat onder, koelt het af naar iets onder de 30 graden, een hele verademing. De mensen komen op straat en gaan naar de markt. Vis, fruit en kip is volop te verkrijgen, maar toch is het minder druk dan vroeger, minder kraampjes ook. De inflatie heeft hier keihard toegeslagen: er is hier geen loonindexering. Moest Jeana niet maandelijks geld sturen, het zou bittere armoede zijn. Maricar werkt niet (ze mag niet om gezondheidsredenen zegt Jeana, maar daar geloof ik niet veel van) en Johndel is een guard: moest Jeana er niet zijn, wordt het een enkele reis naar de squatters area.
Vicente heeft Jeana opgehaald en is op weg naar huis. Uiteraard was het vliegtuig te laat. Tegen 16 uur is ze thuis. Onmiddellijk moet de airco aan, waarop Jeana’s moeder begint te hoesten en te rochelen. Ze schraapt haar keel en spuwt een dikke fluim het venster uit. It’s the Philippines, who cares!
We eten vis en soep van vis. Morgen komen mijn ouders aan, om 10 voor vier. Allez, Pinoy time he.